Vanaf 6 mei 2026 gaan wij met een 8-daagse fly drive vakantie naar Sardinië. We zullen voornamelijk ín het noorden van het eiland rondreizen.
De pijlen geven onze overnachtingsplaatsen aan:




Dag 1:

Vanochtend om 3.25 uur van huis vertrokken om de auto op Schiphol af te leveren bij de valetparking.

We vertrokken met Transavia om 6.15 uur van Schiphol naar Olbia. Omdat we de wind mee hadden kwamen we een kwartier eerder dan gepland  al om 8:30 aan.

Daarna bij het verhuurbedrijf de auto opgehaald, we hebben het hele parkeerterrein afgezocht, 3x hetzelfde rondje, maar we konden de fel oranje Renault Clio niet vinden!  Uiteindelijk weer terug naar het verhuurkantoor, en daar bood de medewerker aan om de auto voor ons op te halen 😊

Voordat we naar ons eerste hotel gingen en omdat het nog zo vroeg was, wilden we vast een stukje van Sardinië verkennen.  Over hele slechte wegen met veel gaten en haarspeldbochten en onderweg af en toe gestopt om van het uitzicht te genieten.

We reden naar de 'Jetset'haven van Porto Cervo aan de Costa Smeralda in het noordoosten van het eiland.

Daar aan de haven een brunch genuttigd.

En door naar ons hotel in Tempio Pausania. Onderweg kwamen we langs prachtige rotsformaties

 Ook nog eentje bij Arzachena:

Weer even een stop om een foto te maken, onze oranje Clio:

Ons hotel heet Pausania Inn, een beetje gedateerd gebouw met simpele kamers, maar wel met een zwembad:

Vogelaar Trudie werd erg blij toen ze een grote gele kwikstraat spotte:

Onze kamer was gelukkig al klaar en konden we inchecken en een middagdutje doen voordat we gingen eten bij Al Vecchio Corso, volgens Tripadisor het beste restaurant in Tempio Pausania.

Een daar naar binnen vallende man:

Het verslag daarvan is HIER te lezen.


Dag 2

Palau, La Maddalena, Caprera en Arzachena.


Na het ontbijt zijn we richting Palau gereden om vandaar de veerboot naar La Maddalena te nemen.  We vonden de tickets  vrij duur... een retour voor 1 auto en 2 personen, voor een overtocht van 20 minuten was 44 euro.Buiten het hoogseizoen gaan de boten 1x per uur. We waren te vroeg, dus tijdens het wachten in de haven wat rondgelopen en een paar foto's genomen.

Onze veerboot had 2 eendjes  :-)

Spot onze auto op de boot!

Als je op de boot staat zie je, als je richting Palau kijkt, een rotsformatie in de vorm van een beer:

In La Maddalena staan bordjes die wijzen richting een smalle brug die deze plaats verbindt met het eiland Caprera.Het eiland is Caprera is ondekt door Guiseppe Garibaldi.  Er is een museum over hem, maar dat was helaas gesloten.

Caprera is een mooi groen eiland met veel stranden en weinig verkeer.

Terug in La Maddalena hebben we geluncht en de veerboot weer terug naar Palau genomen.

Onderweg terug naar ons hotel, namen we een afsteker om te zoeken in Arzachena naar een rotsformatie in de vorm van een paddenstoel. De zogenaamde Roccia del Fungo. Het was voor Trudie een aardig klimmetje naar de top waar de paddenstoel goed te zien is en je een prachtig uitzicht hebt.

Zoekplaatje:

Op verschillende rotsformaties groeien er mooie kleurrijke mosbloempjes:

 's Avonds net buiten Tempio Pausania een maaltijd van schelp- en schaaldieren en tonijn gegeten bij Restaurant Il Melograno.


Dag 3.

Transferdag: Castelsardo, Alghero en Tresnuraghes.

Vanochtend vroeg vertrokken uit Tempio Pausania voor een lange rit naar ons volgende hotel in Tresnuraghes, met wat tussenstops.

1e tussenstop was Castelsardo aan de westkust, omdat we hadden bij de navigatie hadden aangegeven dat we geen tolwegen wilde rijden, hebben we de hele lange rit over kleine provinciale- en lokale wegen met heel veel haarspeldbochten (en gaten in de weg) gereden.

Onderweg naar Castelsardo zou er een rotsformatie moeten zijn in de vorm van een olifant.  Met een afstekertje gevonden! Aan de binnen/voorkant van de rots waren gaten en dat zijn ooit graftombes geweest.

Natuurlijk op veel bezochte toeristenplekken overal mensen die proberen hun waar te verkopen.

Onderweg zagen we het dorp Castelsardo al liggen:

De oude vestingmuur en het eeuwenoude fort Castello Bella Vista zijn de trekpleisters in het historische centrum van Castelsardo.   We wilden wel graag naar boven klauteren maar voor Paul was dat geen optie. Die was beneden gebleven en we hebben elkaar gefotografeerd toen Trudie eenmaal bijna boven was.  

Zoekplaatje: 

Uitzicht vanaf boven:

Een puttertje die hier veel te vinden zijn:

Onderweg naar Alghero reden we op een prachtige, kronkelende kustweg:

In Alghero staat er een enorme roze fiets, wij denken dat het te maken heeft met de Giro 'd Italia die vandaag begonnen is. Bij een restaurant op de boulevard hebben geluncht. Trudie wat kaas en Paul verwende zichzelf met een heerlijke linguine met kreeft.

 

Na de lunch moesten we nog anderhalf uur rijden naar ons 2e hotel voor 3 nachten in Tresnuraghes, Villa Asfodeli. Iets grotere en betere kamer dan het vorige hotel, alleen staat de kerktoren pal tegenover onze kamer. En luidt de beiaardier elk kwartier vol enthousiasme de klokken!!! 

Bij het hotel zit een prachtige grote tuin met heerlijke geurende bloemen, ligstoelen en een zwembad met uitzicht op zee.

Omdat we na de hele dag in de auto gezeten te hebben, geen zin om voor het avondeten ook weer te rijden zijn we op 2 minuten wandelen van het hotel bij een familie-pizzeria gaan eten.  Een sfeerloze, galmende ruimte, maar met hele lieve mensen.


Voor Paul een pizza met tonijn en voor Trudie eentje met kaas en groente.

Toen we wilden afrekenen werd er iets lekkers van het huis gebracht: Le biglie fritte con nutella (gefrituurde soesjes van pizzadeeg overgoten met warme nutella, zout en suiker). Werkelijk HEERLIJK!

Voor deze maaltijd inclusief drankjes waren we maar liefst 20 euro kwijt. :-) 

Terug bij het hotel de grote tuin eens goed bekeken met allemaal hoekjes waar je kan zitten en werden we, als afsluiting van deze vermoeiende dag,  getrakteerd op een mooie zonsondergang.


Dag 4: Tresmuraghes en Bosa.

Nadat we om 7:30 gewekt werden door een concert van de beiaardier van de kerk tegenover onze kamer toch nog blijven 'uitslapen' tot 9:00 uur.

Na het ontbijt gingen we onderweg naar de buurstad Bosa. Vlak buiten Tresmuraghes kwamen we dit religieuze tafereel tegen:

In Bosa hebben we wat rondgelopen door de oude (smalle) straatjes en steegjes:

Een momentje uitrusten:

Op een terrasje gelato gegeten en drankjes gedronken:

Dit kwam langs ons terras gereden:

De rivier Temo stroomt door Bosa naar de zee met links aan de overkant verlaten leerlooierijen:

Met de auto doorgereden naar het uit de 13e eeuw daterende Castello di Serravalle, hoog op een heuvel gelegen en om het van bovenaf te kunnen bewonderen moet je een steile stenen trap van maar liefst 110 treden omhoog klauteren. Voor Paul was dat geen doen, dus die bleef geduldig beneden wachten op Trudie die die klim wel aandurfde. Impressie van het kasteel en de stad Bosa vanaf het kasteel:

We bezochten ook nog een stille marina (haven) waar aan de andere kant van de rivier een soort verlaten maanlandschap te zien was Cane Malu:

Omdat we de afgelopen dagen zoveel (bijna 700 kilometer) hadden gereden moesten we ook nog tanken. Dat viel reuze mee, waar in Nederland de literprijs voor Euro 95 momenteel ca. 2,62 doet, betaalden wij hier 1,95 per liter.

De rest van de middag rustig aan gedaan en in en om ons hotel doorgebracht.

Vanavond wilden wij uit eten gaan naar een op Tripadvisor hoog aangeschreven restaurant in de plaats Modolo, maar toen we daar aankwamen kregen wij te horen dat het volledig volgeboekt was. Op de kaart gezocht naar restaurants in de buurt en uiteindelijk uitgekomen bij Restaurant Sa Lumenera in Magomadas. Dat was een prettige verrassing, want vanaf het terras een prachtig uitzicht:

Het eten was ook de moeite waard. Trudie had gekozen voor een Sardijnse pastasoort Culurgiones al Porcini, traditionele met de hand gevouwen pasta (die op een tarwe-aar lijkt), met een vulling van aardappelen en kaas en daarbij eekhoorntjesbrood en spekjes. Heel erg lekker!

 Paul nam Tonno Tataki in een carasaukorst (carasau is dat hele dunne platte brood) met wortelcrème en gebakken groenten in sojasaus. Ook prima.

We sloten af met koffie en limoncello.

Al met al weer een geslaagde dag.


Dag 5.  Orestano, Santu Lussurgiu en Bosa.

Vandaag werden we wakker met regen, mist en maar 14 graden.  De auto stond geparkeerd voor het hotel onder een boom en dat hebben we geweten.

Onderweg naar Orestano vonden we een autowasstraat, het resultaat mag er wezen :-)

En weer onderweg kwamen we in een file terecht en een paar minuten later werd duidelijk waarom we deze opstopping hadden:

Het bleek geen actie van Extension Rebellion te zijn, maar een processie! Midden op de weg. Het 'Festa di Santa Caterina'. Ze droegen het standbeeld van de heilige onder begeleiding van lokale ruiters en de wagen werd voortgetrokken door stieren. (Niet op de foto helaas).

Even verder onderweg kwamen we ook nog een mooie mural tegen in het plaatsje Riola Sardo:

Aangekomen in Oristano, knapte het weer een beetje op.  Enkele bezienswaardigheden zijn een laat middeleeuwse toren, San Cristoforo:

Het plaatsje staat bekend om de keramiek:

Vervolgens liepen we naar de Kathedraal Santa Maria Assunta, waarbij we onderweg een soort spiegelselfie maakten.  

De kathedraal heeft een achthoekige blauwe koepel met een gouden sterrenhemel: 

Binnenkant Kathedraal (één van de vele hoekjes) :

Na de lunch reden we naar Santa Lussurgiu, gebouwd op de helling van een uitgedoofde vulkaan.

Even verderop zou een verborgen waterval, De Cascata Sol Molinos,  te bezichtigen zijn. Maar we hoorden die wel, maar konden er niet komen omdat het voetpad er naar toe was afgesloten helaas. Te glad en gevaarlijk. 

Op de terugweg naar ons hotel kwam we tijdens het rijden in de bergen, in een enorme mistpartij terecht. Dat was soms met minder dan 50 meter zicht en we zijn stapvoets de bergen doorgereden.

Vlak voor we weer bij ons hotel kwamen, knapte het weer gelukkig wat op en kwamen we onderweg nog wat schapen tegen waar we voor moesten stoppen.

Wij sloten de dag af met een hapje eten in Bosa bij restaurant Ezzensa Al Borgo Sant'ignazio, die op plek 1 bij Tripadvisor van restaurants in Bosa staat. 
Mooi gelegen in de oude binnenstad:

Voor Trudie:
Tonijn tataki met groenten en sojasaus. Prima!

Voor Paul:
Fregula (een soort griesmeelpasta uit Sardinië) met stukken inktvis en een krabsaus. Apart, maar lekker.

Morgen verlaten wij de Villa Asfodeli in Tresnuraghes om wat meer naar het binnenland te verkassen.

Dag 6. Orgosolo en Dorgali

Vandaag na het ontbijt richting het binnenland, naar het oosten gereden. Ons eerste tussenstop in de buurt van Nuoro was Orgosolo. Onderweg daar naar toe reden we langs een beschilderde steen: 

En een kunstwerk dat bestaat uit een betonnen structuur met keramische panelen die een gezin uitbeelden, bekroond met een metalen raster en vogelfiguren. Het werk wordt toegeschreven aan de kunstenaar Piet Schoenmakers, een keramist en ontwerper uit Nederland:

We reden het dorp Orgosolo binnen:
Orsolo is mega-toeristisch, busladingen vol lopen door het dorp vanwege de murals (muurschilderingen).
De eerste muurschuldringen van Orgosolo zijn gemaakt door een groep Milanese anarchisten in 1969. Al snel volgden er meer. Zowel de lokale bevolking als kunstenaars van buitenaf gebruikten de muren van Orgosolo als klankbord voor hun ideeën. De meeste murales gaan over sociale, historische en politieke themas. Er zijn er inmiddels meer dan 150 verschillende te zien in het dorp.

Wij hebben er ook wat gefotografeerd:

Na de wandeling door het dorp gingen we een ijsje eten. Tegenover de ijswinkel was een verhoogd 'podium' waar wij even hebben gezeten met onze gelati.

Nog 2 foto's uit het dorp:

Daarna reden we weer verder naar het Oosten. Kort daarna hadden we een speciaal moment, want we hadden in de paar dagen dat wij hier zijn hebben we precies de 1.000 km. aangetikt:

Onderweg reden we via Oliena, een bergdorp met de hoogste berg van de Supramonte, Monte Corrasi.

In Dorgali, voordat we naar ons hotel reden, een verfrissend biertje en een tosti bij een Ierse pub genuttigd:

In Dorgali naar naar onze nieuwe overnachtingsplek: Hotel Il Querceto gereden.

Het uitzicht vanaf ons balkon:

Voor vanavond hadden wij gereserveerd bij een boerderij-restaurant in Dorgali. We hadden enorme moeite om dat restaurant te vinden en moesten levensgevaarlijke toeren met de auto door smalle en scherp omhoog gaande steegjes uitvoeren om in de buurt te komen. Uiteindelijk de auto ergens kunnen parkeren en verder te voet door weer allerlei steegjes, totdat we een vriendelijke man vonden die voor ons uit naar het restaurant liep. 3 kwartier na onze gereserveerde tijd waren wij er dan eindelijk. We kregen meteen een grote schaal met allerlei hapjes en toen Paul opmerkte dat wij dat niet hadden besteld kregen wij te horen dat het restaurant uitsluitend een vast menu van 6 gangen serveerde. Voor ons een reden om te vertrekken en uiteindelijk maar op zoek te gaan naar een pizzeria in de buurt. Die vonden wij en daarvandaan hebben we elk een kleine pizza en een blikje cola meegenomen naar onze hotelkamer.

Lekker hoor, om 21:30 een pizza eten.  :)

We zijn kapot van het zoeken en lopen(met name voor Paul een pijnlijk probleem).


Dag 7. Spiaggia Su Barone, Santa Lucia, Olbia

Officieel hadden we 2 overnachtingen in hotel Il Querceto, maar omdat we dan woensdagochtend heel erg vroeg naar het vliegveld in Olbia zouden moeten rijden, hadden we in Nederland al besloten om onze laatste overnachting in de buurt van het vliegveld te boeken. We hadden daarvoor een B&B op een kwartier rijden van het vliegveld geboekt. Onderweg langs de oostkust kwamen we langs enorme steengroeves waar ze marmer en steen uit de berg hakken.

Daarna hebben we een stop gemaakt bij Spiaggia Su Barone. Om daar te komen moesten we over een heel smalle brug en een schelpenpad vol gaten rijden. Je rijdt door een bijzonder gebied tussen water door naar een bos en daarachter ligt dan de zee.

De badmeester zat al op de uitkijk, toen Trudie een stukje door de Tyrreense zee waadde.  Het was te windering en de zee was te wild om te gaan zwemmen.

Voor onze lunch reden we naar het kustplaatsje Santa Lucia, waar een ruïne van een toren uit de 17e eeuw staat die tijdelijk afgesloten was voor bezichtiging. 

Ons lunch-tentje heet Mamma Mia, heel toepasselijk voor Paul, want zijn, al jaren geleden overleden, mama heet Mia.

Biertje?  :-)

De B&B Estesia in Olbia heeft tot nu de meest moderne en ruime kamer van alle 4 de overnachtingen. Het ligt wel vlak langs de weg.

Om onze laatste hele dag op Sardinië af te sluiten hadden wij gereserveerd  bij een heel goed beoordeeld restaurant in Olbia: Steakhouse Don Carlos.  Ze hebben prachtige grote stukken vlees in een pronkkast liggen en de koks/pitmasters werken met open vuur in een open keuken.

Trudie had gekozen voor Smoky Brisket burger met daarbij frietjes:

en voor Paul was het gegrilde Picanharolletjes met een truffelsaus en daarbij coleslaw:

Erg lekker allemaal en een mooie afsluiting van onze reisweek voordat we morgenvroeg weer naar Nederland vliegen. Trudie heeft daarvoor haar eigen vervoer geregeld:


Dag 8. De terugreis.

Tijdens onze laatste avond in Olbia werden wij verrast met een enorm vuurwerk (duurde wel een half uur). Blijkbaar waren de inwoners heel blij dat wij weer gingen vertrekken.


Vanmorgen de huurauto na 1.160 km. in 1 week weer ingeleverd en prima op tijd vertrokken met Transavia rnet een laatste blik op de (besneeuwde) bergtoppen van Sardinië:
Terug in Nederland, vlak voor de landing, de vertrouwde blik op het Noordzeekanaal en Tatasteel:
Lang moeten wachten op onze auto van de valetparking, want nogal druk onderweg in Nederland. Ook het laatste ritje naar huis duurde erg lang vanwege de files (het schijnt een lang Hemelvaartsweekend te zijn).
Nu weer lekker in ons eigen huis en vanavond de vakantie afsluiten met een etentje bij een Japans restaurant.